Over het Bargerveen

Nog geen 1000 jaar geleden was Nederland grotendeels bedekt met ruim 1 miljoen hectare hoogveen. Daarvan is nu nog minder dan 1 procent over. Door de ligging achteraf is het Bargerveen nooit echt intensief gebruikt voor turfwinning. Daardoor is het nu een van de meest ongerepte, unieke natuurgebieden van ons land. Het is een van de weinige gebieden in ons land waar nog levend hoogveen groeit, en zelfs de enige plek in Nederland waar de lange zonnedauw en vijfrijig veenmos nog voorkomen.

Geschiedenis

Vanaf de Middeleeuwen werd overal in Nederland op turf gestookt: gedroogde, in blokken gestoken veen. Turf kreeg grote economische waarde. Maar in het achteraf gelegen Bargerveen kwam de vervening pas aan het eind van de 19e eeuw goed op gang. Tegen die tijd had steenkool de rol van brandstof al lang en breed overgenomen. Het veen werd voornamelijk nog gebruikt als potgrond.

In de nadagen van de vervening kwamen er veel nieuwe inwoners naar het Bargerveen. Niet zelden op de vlucht voor de wet, de kerk of de armoe. Sporen van plaggenhutten en oude huisplaatsen, tekenen van kleinschalige vervening, maar ook van een veel grotere machinale aanpak, en de typische verkaveling van de boekweitbrandcultuur die in veel andere veengebieden alweer is verdwenen, zijn nog te zien. Desalniettemin is het karakteristieke hoogveenlandschap in het Bargerveen zeer goed intact gebleven.

Hoogveen

Veen bestaat grotendeels uit afgestorven en opgestapeld veenmos. Veenmos groeit langzaam, gemiddeld 1 millimeter per jaar. Bij een laag van 6 meter veen kijk je dus eigenlijk naar 6000 jaar natuurlijke geschiedenis. Maar ook naar een van onze oudste nog bestaande ecosystemen. Om het bijzondere landschap van het Bargerveen te bewaren is het vasthouden van regenwater van groot belang. Maar de afgegraven grond rondom het Bargerveen ligt een heel stuk lager, waardoor het grondwater uit het Bargerveen langzaam wegsijpelt. Daardoor dreigt de grondwaterstand te laag te worden. Dan klinkt de veengrond in, kan het veenmos niet meer groeien en kan er geen nieuw veen meer worden gevormd. Om dat te voorkomen worden er bufferzones aangelegd. Gebieden met een hogere waterstand, bedoeld om wegstromend water op te vangen en te reguleren. Daarmee krijgt het grondwaterpeil tegendruk, blijft de waterstand in het veen hoog en kan het veenmos weer groeien. Kijk voor meer informatie hierover op de pagina ‘Over het project’.

Natuur

Het Bargerveen valt zowel onder de Vogel- als de Habitatrichtlijn. Sinds 1 juni 2006 maakt het deel uit van het Internationaal Natuurpark Veenland. Het is de enige plek in Nederland waar de lange zonnedauw nog voorkomt. Het is belangrijk voor broedvogels als de grauwe klauwier (op de foto links), nachtzwaluw, watersnip, geoorde fuut en porseleinhoen. Maar ook voor wintergasten als blauwe kiekendief, kleine zwaan en rietgans. Duizenden soorten nachtvlinders zijn er inmiddels gevonden, waarvan de wollegras-uil een typische veensoort is. Het Bargerveen staat ook bekend om zijn vitale populatie adders en gladde slangen. Ook vind je er amfibieën zoals de poelkikker en heikikker. Bijzondere libellen, zoals de venglazenmaker en noordse glazenmaker, komen er ook voor. Evenals de zeldzame aardbeivlinder en bruine vuurvlinder.

 

Het project Bargerveen-Schoonebeek wordt mede mogelijk gemaakt door: