Dierlijke tuinarchitecten in het Dalum-Wietmarscher Moor

May 8, 2019 | Duitsland

Natuurbescherming

Het landschapsbeheer in het Dalum-Wietmarscher Moor is een harige aangelegenheid: schapen en geiten dragen bij aan de renaturering van de hoogveengebieden. De viervoeters eten ongewenste planten zoals zachte berken en het pijpenstrootje. Deze laatste verspreidt zich namelijk over grote oppervlakken en verdrijft planten die typisch zijn voor hoogveen. Berken onttrekken veel water aan het veen. Het opnieuw vernatten van de gebieden is daardoor niet effectief mogelijk.

Vogelbescherming

De beweiding door schapen en geiten levert echter ook een belangrijke bijdrage aan de bescherming van vogels. Het Dalum-Wietmarscher Moor vormt samen met het Georgsdorfer Moor het EU-vogelreservaat V13. Veel bedreigde vogels gebruiken het gebied als broed- of rustplaats. Weidevogels zoals kieviten en wulpen vermijden juist gebieden met bomen, omdat deze roofvogels aantrekken die op zoek zijn naar een prooi. Hetzelfde geldt voor struiken, waar vossen of marters zich achter en onder kunnen verstoppen. Schapen en geiten houden de vegetatie kort – precies waar de weidevogels die zich op de grond nestelen, van houden. Zij bewegen zich van april tot oktober vrij in het landschap. Het hek rond de kern van het Dalum-Wietmarscher Moor beschermt de schapen in het gebied. Vogelbescherming kan alleen echt effectief zijn als de habitat ook wordt beschermd.

Bijzondere dieren

Het Dalum-Wietmarscher Moor is nu de thuisbasis van de Moorschnucke schapen en Nederlandse landgeiten, die zeer geschikt zijn voor landschapsbehoud. Beide dieren zijn relatief weinig veeleisend als het gaat om voedsel: de schapen hebben een voorkeur voor kruiden en grassen, de geiten bijten liever in opkomende bomen. Ze kunnen ook goed omgaan met een koel en vochtig klimaat en hebben geen problemen om door kniediep water te waden. De schapen zijn ook relatief licht en zakken niet zo snel weg.

Speciaal partnerschap

De Staatliche Moorverwaltung heeft de weiden verhuurd aan een herder. De begrazing begon in 2010 met 380 hectare grond. Parallel met de uitbreiding van de vernattingsgebieden nam ook het aantal viervoeters toe. De begrazing is een echte win-winsituatie voor beide partijen: De herder heeft een weiland waarop zijn dieren voldoende voedsel kunnen vinden en het veengebied heeft betrouwbare hoveniers.

Rustgebied voor vogels

Het is geen toeval dat de fiets- en wandelpaden langs rand van het Dalum-Wietmarscher Moor gelegd zijn: het kerngebied is een belangrijk broed- en rustgebied voor bedreigde vogels, zodat zij niet worden opgeschrikt door mensen. Met name op de uitkijkheuvel en de vogelkijktoren kunnen bezoekers het veen ervaren zonder de vogels te storen.

 

 

Betere broedomstandigheden

Het doel van de maatregelen om het Dalum-Wietmarscher Moor permanent aantrekkelijk te maken als leefgebied voor weidevogels, zoals de zeer bedreigde goudplevier. Vroeger broedde de vogel regelmatig in het Dalum-Wietmarscher Meer, maar tegenwoordig kan hij alleen nog maar als trekvogel worden waargenomen – ondanks de goede levensomstandigheden. Mocht de kwaliteit blijven verbeteren, dan is er hoop dat de goudplevier weer in de Dalum-Wietmarscher Moor gaat broeden.