Vogels komen terug naar het Bargerveen

aug 9, 2019 | Algemeen

Het natuurgebied Bargerveen is al tientallen jaren bekend onder vogelaars. Dat ontstond eigenlijk al snel nadat Staatsbosbeheer in 1968 de opdracht kreeg om het veenontginningsgebied weer ‘in te richten’ om het unieke restant hoogveen te bewaren voor de toekomst. En dat betekent ‘vernatting’: het (regen)water moet weer op het veen komen, zodat het niet verder inklinkt en beetje bij beetje weer via herstel tot leven komt.

Veelzijdigheid aan vogelsoorten

In een zeer gevarieerd aanbod van landschappen, ontstaan door kleinschalige handmatige vervening en grootschalige machinale vervening, maar ook door aanwezigheid van oude huisplaatsen, bovenveengraslanden en door de aanleg van (voedselrijkere) waterbekkens en buffers aan de randen van het hoogveen, vindt een variëteit aan vogelsoorten bestaansrecht in het Bargerveen.

Zo was er bijvoorbeeld in 1985, na de inrichting in het Meerstalblok, een enorme invasie van het zeldzame porceleinhoentje. In de plas-drasvegetatie ontstond in dat voorjaar in het Bargerveen een perfect leefgebied voor deze toen nog niet eerder vastgestelde broedvogelsoort. Maarliefst 71 paartjes kwamen dat jaar broeden. Daarmee stond het Bargerveen direct op de ‘vogelkaart’! Van soorten zoals zwarte stern (destijds ruim 20 paartjes) en wintertaling (ruim 200 paar) en wat later ook van de geoorde fuut (met 171 broedparen in 2009, toen ruim vijftig procent van de hele populatie in Nederland) kreeg het gebied meer en meer bekendheid. 

Vogels kijken wordt steeds populairder in Nederland. Als je dat doet, dan word je ‘vogelaar’ genoemd (of, in sommige kringen, ‘ornitholoog’).

Grauwe klauwier

Een verhaal apart is de vogelsoort ‘grauwe klauwier’. Het Bargerveen was in de jaren negentig het bolwerk voor deze destijds bijna uitgestorven klauwiersoort. In de jaren 1996-1998 broedden er ruim 140 paren van deze prachtige zangvogel in het Bargerveen. Dat was destijds ruim negentig procent van de Nederlandse populatie.

Op de foto rechts zie je een mannetje. Op de onderstaande foto zie je het vrouwtje.

Na inrichtingsmaatregelen, zoals de vernatting van grotere, voormalige baggerputten, kwam er wat minder leefgebied en voedsel beschikbaar. Vooral het aantal grotere insecten als kevers, libellen, liep terug, waardoor de populatie grauwe klauwieren gestaag achteruit liep tot een ‘dieptepunt’ van 43 paar in 2013. Positieve bijkomstigheid was overigens dat de soort tegelijkertijd wel flink toenam in overige delen van Nederland, en dan hoofdzakelijk in Drentse natuurgebieden. Dat kan ten dele worden toegeschreven aan het vele onderzoek naar deze soort dat verricht is in het Bargerveen. Door gericht beheer kwam er ook elders geschikter leefgebied beschikbaar voor de grauwe klauwieren.

Positieve aantalsontwikkeling door gericht beheer op berk

Het Bargerveen als hoogveengebied is nog lang niet overal teruggebracht naar het zogenaamde ‘levende hoogveen stadium’. In de kern van levende hoogvenen staan amper bomen, omdat het daar te voedselarm, te schraal en te nat voor is. Op drogere stukken en langs randen komen bomen wel gewoon voor. 

In het Bargerveen is dat niet anders. Om in de kern van het gebied de groei van bomen, vooral berken, tegen te gaan wordt onder andere ingezet op begrazing door schapen, koeien en geiten. Dat werkt goed voor de kleine exemplaren. Meer niet voor de oudere, hogere berken. Met name deze grotere exemplaren verdampen een paar honderd liter water per dag, en dat is, gezien we het hoogveen willen vernatten, niet wenselijk. Sinds enkele jaren wordt op de grote berken daarom gericht beheerd.

Foto links: ingezaagde berken
Foto rechts: ingezaagde berken volop in blad in daaropvolgend voorjaar

In de wintermaanden worden de berken ‘ingezaagd’. Daarbij wordt de stam niet geheel doorgezaagd, waardoor er vele uitlopers zouden ontstaan (en dus juist meer nieuwe berkjes in plaats van één minder), maar blijft er contact met de wortels. De berk ‘investeert’ in zichzelf, probeert zich te herstellen, en krijgt in de lente ook gewoon nog blad. Bij herhalend beheer, dus na 1 en 2 jaar nogmaals inzagen, sterft de berk af en produceert hij geen uitlopers meer. Dat is het uiteindelijke doel ervan.

In de tussentijd vormen de naar elkaar toe gevouwen, ingezaagde berkenstammen in het voorjaar een dicht struikgewas van takken en blad: ideaal als schuilplaats en broedplaats voor diverse vogelsoorten. Soorten die hiervan direct profiteren zijn roodborsttapuit en grasmus. Maar zeker ook de grauwe klauwier weet deze plekjes te vinden. De laatste jaren zien we dan ook dat tientallen paartjes, veelal succesvol, hun nesten bouwen in deze dichte vegetatie.

Dat resulteert langzaam weer in oplopende aantallen broedparen. Van ongeveer 55 paar in 2018 tot circa 65 paar dit seizoen!

Vogelnest
Vogelnest met eieren

Op het onderstaande kaartje (van seizoen 2018) is bovendien mooi te zien dat steeds minder grauwe klauwieren een territorium hebben midden in het hoogveen (waar de omstandigheden door jaren van goed hoogveenbeheer schraler en voedselarmer worden) en zich steeds meer lijken te vestigen langs de (overgangs)randen van het Bargerveen. Langs deze voedselrijkere zones vliegen ook veel prooidieren zoals libellen. 

Bij goed en gericht beheer en ook de aanleg van buffers lijkt de toekomst voor de grauwe klauwieren in en rondom het Bargerveen er goed uit te zien! 

Foto’s : Erik Bloeming